Camperkrant
Camperkrant
Alles over campers!

NL - Lente in Twente

5 mei 2010

Over zoutlagen en dikke eiken
Door Kees Bregman - mei 2010
Er zijn wel meer plaatsen waar in Nederland zout wordt gewonnen, maar de bakermat van onze zoutindustrie ligt in Twente. Nu we al het winterongemak overleefd hebben is het tijd om het strooizout te vervangen door keukenzout. Op een Twents lente-eitje bijvoorbeeld, tijdens een aangenaam fietsrondje.

We hebben de afgelopen winter heel wat zout over ons heen gekregen. Tjonge, ik heb nog steeds een zilte smaak in m’n mond van al dat gepekel. Wij arme fietsers kregen van elke voorbijrijdende auto een flinke hap te verwerken. En dat zout kwam… uit Twente.

Geen water maar zout
Diep onder de Twentse grond verstopt ligt een 50 meter dikke zoutlaag. Een restje van de Zuiderzee, die hier lang geleden in een lagune dood liep op de hogere gronden. Langs de Middellandse Zee wordt zout al eeuwenlang gewonnen door zeewater in een ondiepe ruimte te laten stromen. De zon zorgt ervoor dat het water verdampt en zo hou je vanzelf zout over. Bij ons heeft de zon niet zoveel kracht dat ze bij Zandvoort hetzelfde kunstje kunnen uithalen. Het toeval kwam ons te hulp. Baron van Heesteren liet namelijk in 1886 op zijn landgoed Twickel een waterput slaan, maar toen het eerste water feestelijk naar boven werd gehaald trok hij een vies gezicht: “Gétver… zout!” Geen drinkwater dus, maar meneer de Baron had wél de zoutlagen in de Twentse bodem ontdekt. Delden, Boekelo en Hengelo werden al gauw het centrum van de Nederlandse zoutindustrie. Ieder mens heeft 1 à 2 gram zout per dag nodig. Normaal gesproken zit dat in brood en ander gezond eten, maar zonder het te beseffen krijgen we tegenwoordig het tienvoudige binnen. We eten gewoon veel te zout.

Hondenhokken
De karakteristieke zwart geteerde pomptorens uit de dertiger jaren zijn uniek voor het Twentse landschap. Je vindt ze vooral in de driehoek Hengelo – Enschede – Boekelo. De modernere huisjes zijn lager en groen geschilderd. Twentenaren noemen die dingen liefkozend ‘hondenhokken’, maar in plaats van een waakhond herbergt het een installatie waarmee lauw water naar de 400 meter dieper liggende zoutlagen wordt gepompt. In de retourleiding zit zo’n 300 gram zout opgelost in elke liter water en via een kilometers lang buizenstelsel wordt dat zoute water naar de fabriek getransporteerd. Al dat gewroet in de Twentse bodem heeft af en toe wat verzakkingen tot gevolg, en sinds de jaren tachtig doet AKZO met speciale sonarapparatuur zijn uiterste best om dat te voorkomen. Geef toe, zoutwinning gaat hier wat ingewikkelder dan aan de Riviera, maar wel een stuk sneller.

Tukkers
Twente stond al een poos op ons verlanglijstje voor een fietsrondje. Dat strooizout was een mooie aanleiding. Lente in Twente. Dat doet me denken aan het gelijknamige liedje van de groep ‘Toontje Lager’, dat de gehele rit door Tukkerland in m’n hoofd bleef zitten. Vroeger was ‘Tukker’ een scheldwoord, maar dat is inmiddels omgetoverd tot een geuzennaam die de Twentenaren zich graag toe-eigenen. Even uitleggen: ‘tuk’ is in de lokale taal een broekzak, en ‘tukker’ zou dan betekenen dat de bewoners van zuidoost Overijssel de ganse dag met hun handen in de zakken rondlopen, in plaats van hard op het land te werken. Die uitleg is niet van mij, maar komt uit de Twentse Almanak, waar ook namen als heikneuter en (boeren)pummel worden gebruikt om de Twentenaren te typeren. Zelfspot is ze niet vreemd, daar in Twente.

Fietsnavigatie
Na dit wat lange intro wordt het tijd dat we op de fiets stappen. Dat gaat een beetje anders dan gebruikelijk, want we hebben van de VVV het nieuwste digitale foefje op navigatiegebied meegekregen. Normaal gesproken zweren wij bij een goede fietskaart in het doorzichtige deksel van de fietstas, maar die wordt nu overtroffen door de telefoon, die in een houdertje op het stuur mee-navigeert. We hebben vandaag namelijk ‘AbelLife’ aan boord. Had mijn opa mee moeten maken! Het is een GPS navigatie met informatie voor leuke dingen onderweg die je simpel kunt downloaden op je telefoon. Ik was even bang dat er zo’n irritant vermanende juffrouw in het systeem zou zitten, maar het werkt gelukkig met minimale geluidjes. Een soort fietsbelletje attendeert je erop dat je even op het schermpje moet kijken. Oh ja, bij de volgende boom rechtsaf. Een ander digitaal ‘dingdong’ geluidje betekent niet dat je email hebt, maar dat er informatie beschikbaar is over de plek waar je bent. Stoppen dus, en kijken wat ze je willen vertellen. Dat blijkt een heleboel, inclusief een compleet archief met historische audio- en videofragmenten. Als je wilt kan je zowat het complete Polygoon journaal bekijken. Tja, dat schiet niet echt op, maar je kunt natuurlijk ook af en toe gewoon doorfietsen. Het is wel een leuk speeltje. We besluiten om Abel een deel van de tocht te gehoorzamen en daarna onze eigen weg te zoeken. Met onze eigen kaart en onze eigen fietsbel.

De Kozakkeneik
Omdat we in ieder geval langs het zoutmuseum in Delden wilden kregen we de thema-fietsroute over het zout mee. Langs Delden en Boekelo worden we moeiteloos voorzien van gezouten informatie. Die zouttoren bij het treinstation van Boekelo ziet er echt uit maar blijkt nu een replica in de tuin van de VVV te zijn. Wat we ook te weten komen is het feit dat er in deze omgeving zoveel dikke eikenbomen zijn. In de top-tien van superdikke bomen is Twente opvallend ruim vertegenwoordigd. Ze hebben vaak bijnamen, zoals de Kroezeboom van Fleringen in oostelijk Twente en de Kozakkeneik op het landgoed Twickel bij Delden. Jammer is dat veel oude beukenbomen in slechte staat verkeren, waarschijnlijk door een combinatie van ouderdom, zwammen en lage waterstand. De naam van de Kozakkeneik stamt uit de Franse tijd, toen hier wat Kozakken zich in de deels holle boomstam schuil hielden voor de troepen van Napoleon. Kon makkelijk, want de omvang is liefst 7,20 meter.

Smokkelaarsgeesten
Twente is een dunbevolkt gebied waar nog rust en ruimte heerst. De eigen VVV noemt het zelfs ‘het landgoed van Nederland’. Er is voor de natuurliefhebber inderdaad heel wat te genieten. Vooral ten zuiden van Enschede, waar het Buurserzand, het Haaksbergerveen en het Witte Veen liggen, stuk voor stuk pareltjes van nationaal natuurerfgoed. Zo dicht bij de Duitse grens waren het vroeger ook beruchte smokkelgebieden; kijk maar eens op de waarschuwingen bij de oude grenspalen. Vanaf de parkeerplaats bij de watermolen Haarmühle begint een grensoverschrijdende wandeling door het Witte Veen waar u zich voor even smokkelaar waant. Wel voor donker terug zijn, want volgens de legende spookt het er ’s nachts nog door smokkelaarsgeesten die door grensbewakers op een schot hagel werden getrakteerd.

Nog meer natuur
Minstens zo mooi vind ik het Buurserzand. Een glooiend terrein met bos en heidevelden, afgewisseld door struwelen jeneverbes van zeker 150 jaar oud. Anders dan de naam doet vermoeden is het Buurserzand vooral een waterrijk gebied met moerassen en vochtige (dop)heide. Het was in 1929 het eerste gebied dat Natuurmonumenten in Oost-Nederland in beheer kreeg. De collega’s van Staatsbosbeheer zijn een paar kilometer verderop in de weer op het Haaksbergerveen. Ook zo’n oud hoogveengebied met heidevennen, maar er loopt een geheimzinnige zandstrook van oost naar west dwars door het gebied dat het Dievelaarslaantje wordt genoemd. Hoewel geologen die zandstrook heel goed kunnen verklaren, zweert een deel van de bevolking bij de versie dat het zand door een reuzenstroper is verloren tijdens zijn vlucht voor boze boeren die zijn zandzak stuk prikten met hun hooivork. Twentse boeren winnen altijd in die legendes. Nu FC Twente nog de voetbalcompetitie.

Lente in Twente. Als ik me het goed herinner eindigde het refrein van dat liedje met “… het leven is zo slecht nog nie.” Na ons rondje kan ik me daar wel wat bij voorstellen. Van de Twente woorden die mij tijdens ons verblijf zijn bijgebleven is die voor het lieveheersbeestje de leukste. Dat heet hier een ‘zunnekukenske’. Naast de eigen taal is er ook nog de Twentse humor. Oer-Twentenaar Herman Finkers grapte ooit over zijn Almelo: “Er is daar altijd wat te doen. Soms staat het stoplicht op rood, dan weer op groen.” Nuchter volk.

Abel navigatie voor fietsers en wandelaars
Het AbelLife systeem is een toeristisch navigatiesysteem voor wandelaars en fietsers. Voor € 3,95 kan je een route aanvragen, waarna je een code krijgt om die route op je telefoon of mobiele PDA te downloaden. Je kunt ook het boekje met alle routes kopen inclusief een SD kaartje dat volgens het ‘plug + play’ systeem in je telefoon past. Voorwaarde is wel dat de telefoon hiervoor geschikt moet zijn. Zo niet, dan is er een alternatief: je kunt Abel ook huren bij de VVV, en dan krijg je een GPS-apparaat mee. Twente heeft de primeur, maar straks wordt het uitgebreid naar andere gebieden. Volgens meneer Abels van de Twentse VVV draagt het systeem niet zijn eigen naam maar is het genoemd naar de ontdekkingsreiziger Abel Tasman. Geloven wij onmiddellijk.

Lokaalspoorwegmuseum Haaksbergen-Boekelo
De Stichting Museum Buurt Spoorweg (MBS) rijdt sinds 1971 met historische treinen op het baanvak Haaksbergen-Boekelo, dat oorspronkelijk deel uitmaakte van de doorgaande spoorlijn Hengelo-Ruurlo. De hoofdvestiging is Haaksbergen met het originele stationsgebouw uit 1884, de werkplaats, de locomotievenloods, een reservoirgebouw met waterkolom en een draaischijf voor de locomotieven. Altijd leuk.

Zoutmuseum, Delden

Geen betere plek voor een zoutmuseum dan in het centrum van Delden bij kasteel Twickel, waar het eerste zout werd ontdekt. U leert er alles over het gebruik van zout in de wereld en er is een enorme collectie zoutvaatjes. Ook leuk om met kinderen te bezoeken. Houders van een museumjaarkaart hebben gratis entree, anderen betalen € 3,50 en kinderen tussen 6 en 12 € 1,75. Open van 11.00 tot 17.00 uur, in het weekend van 14.00 tot 17.00 uur. www.zoutmuseum.nl

Onze route voor de na-fietsers: Delden-Borne-Oldenzaal-De Lutte-Losser-Glanerbrug-Buurserzand-Haaksbergen-Boekelo-Delden.