Camperkrant
Camperkrant
Alles over campers!

NL - Groningen

1 januari 2010

Er gaat niets boven Groningen
Door Kees Bregman - jan. 2010
Mussel AaEr gaat niets boven Groningen. Tenminste, als we de promotiecampagne van de provincie mogen geloven. Maar, ons meest noordoostelijke stukje Nederland heeft het moeilijk. Bedrijven willen zich er amper vestigen en jongeren trekken massaal naar elders. Hoog tijd om eens aandacht te besteden aan wat Groningen allemaal te bieden heeft.

“Er is hier helemaal geen ene moer te beleven!” Zo die zit. Deze volzin noteerden we tijdens een koffiestop in Muntendam uit de mond van een paar tieners. Wij deden ons tegoed aan koffie met ‘Grunninger Kouke’, want we zijn deze keer op visite in het hoge noorden. Ondanks de zaterdagmiddag heerst er in Muntendam serene rust. Volgens de tieners is het in Groningen maar een dooie boel (en dit keer schrijf ik de gekuiste versie). Vooruitlopend op het slot van dit verhaal kunnen wij al verklappen dat het best meevalt met dat dooie gedoe in Groningen.

Aardrijkskundeles
Tijdens de aardrijkskundeles moesten we vroeger het complete rijtje uit ons hoofd leren; bij veel mensen zit Hoogezand-Sappemeer-Zuidbroek-Scheemda-Winschoten-Nieuweschans nog steeds op afroep gereed ergens in een hersenkwab. Het Groningse veengebied zorgde indertijd voor turf, maar het werk in de veenkoloniën was zwaar en het loon karig. Met de ontdekking van olie en gas kwam Groningen opnieuw in beeld als energieleverancier. Ook de scheepsbouw aan het Winschoterdiep leefde weer op, al blijft het een vreemd gezicht om grote schepen ogenschijnlijk midden in de polder te zien ontstaan om vervolgens via een maar nét passend kanaal naar de Dollard te worden gesleept voor afbouw.

Paarden
We beginnen ons rondje bij het Zuidlaarder meer, op de grens met Drenthe. We hebben de fietsen bepakt voor een driedaagse rit door het Groningse land, en overal worden we nieuwsgierig door paarden bekeken. Zuidlaren heeft Europa’s grootste paardenmarkt – een evenement waar jaarlijks zo’n 150.000 mensen op af komen. Elke derde dinsdag van oktober is het hier een gehinnik van jewelste. We rijden noordwaarts naar Haren pal onder Groningen en achter de paarden rijzen nu vooral riante villa’s op die het dorp niet voor niets de bijnaam ‘Wassenaar van het Noorden’ gaven. Een van de mooiste vonden we Huize De Wolf, een statig neo-renaissance landhuis uit 1892. Ja, vermogend Groningen woont in Haren. Door de jaren heen hebben de hoge heren uit de stad hier hun optrekje gebouwd. Studenten zal je er niet tegenkomen. In Groningen zelf wel – een heleboel zelfs.

d’Olle GriezeOlle Grieze
De stad met dezelfde naam als zijn provincie is een soort ‘culturele enclave’ in Noord-Nederland. Dat bedoel ik absoluut niet negatief naar andere steden in het noorden, maar studenten brengen nu eenmaal een speciaal sfeertje in elke stad met een universiteit of hogeschool. Dat merk je in het aanbod aan snuisterijenwinkeltjes, kroegjes, terrasjes en andere plaatsen die het studentenleven aangenaam maken. Studentensteden zijn ook te herkennen aan de enorme janboel aan oude fietsen. Die dikke BMW komt later wel. We gaan eerst even langs bij het Groninger museum vlak bij het station, dat zelf ook een kunststukje is. De creatie uit 1994 van de Italiaanse architect Alessandro Mendini behoort al tot de ‘klassieke’ gebouwen van de stad. Overigens, tussen mei en november 2010 is het museum gesloten wegens renovatie. We lopen naar de Grote Markt, waar het gebeier van de Martinitoren ons verwelkomt. De beiaard omvat 49 klokken, waarvan de meeste nog door de beroemde gebroeders Hemony in 1662 zijn gegoten. De Groninger noemt zijn Martinitoren ‘d’Olle Grieze’, de Ouwe Grijze. Oud is ie zeker. De huidige toren werd in de tweede helft van de 15e eeuw gebouwd, maar door divers onheil is de hoogte in de loop der eeuwen nogal eens veranderd. Hoewel ooit ruim honderd meter hoog is de huidige 97 meter ook best imposant. Wij kwamen toevallig op 28 augustus in Groningen en je moet niet schrikken als ze op die dag tegen je zeggen dat het oorlog is. Lees het verhaal van Bommen Berend maar, elders in dit magazine.

De koloniën
De volgende dag trekken we oostwaarts langs het Winschoterdiep. Tot diep in de 17e eeuw was er hier helemaal niets behalve een enorm hoogveen-moeras van wel 3000 km². Het stond bekend als het Bourtanger moeras, dat niet alleen een groot deel van Groningen en Drenthe omvatte, maar ook een flink stuk van het huidige Duitsland. Op gezag van de stad Groningen werd daar op steeds grotere schaal turf gestoken voor de kachels van de groeiende bevolking. Het waren in feite wingewesten voor de stad. Zo ontstonden Hoogezand, Sappemeer (de samenvoeging kwam later), Veendam, Oude- en Nieuwe Pekela, Stadskanaal en Vlagtwedde. Voor het vervoer van de turf naar Groningen werden de kanalen naar Winschoten en tussen Veendam en Musselkanaal aangelegd. Als in de 19e eeuw de turf wordt verdrongen door steenkool is het gedaan met de veenkoloniën. Wanneer we in Sappemeer even stoppen leren we dat op de plaats van het dorp vroeger het grote Sapmeer lag, dat bij de aanleg van het Winschoterdiep gewoon leeg liep (foutje, heren?). Sappemeer is bekend als geboorteplaats van Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts van ons land en groot activiste voor vrouwenkiesrecht. Een andere beroemde naam komen we even later tegen in Veendam. Onder een standbeeld bij de voormalige HBS (waar nu het Veenkoloniaal museum is gevestigd) staat de naam van Anthony Winkler Prins. Schrijver, dichter, dominee, vrijmetselaar en nog een heleboel meer, maar vooral bekend van de encyclopedie die hij tussen 1870 en 1882 samenstelde. Hoewel hij het grootste deel van zijn leven in de Randstad werkte was zijn laatste wens dat zijn overlijdensbericht alleen in de Nieuwe Veendammer Courant mocht worden geplaatst. Hij moest eens weten dat ik dit niet uit zijn encyclopedie heb maar… inderdaad, gewoon op Google heb opgezocht. Wie heeft er tegenwoordig nog een encyclopedie in huis?

Bourtange
Na Veendam fietsen we de landschappelijk zeer mooie ANWB Vestingroute die ons via Oude Pekela en Veelerveen naar de Sellinger bossen voert, maar we stoppen natuurlijk bij de vestingstad Bourtange op een steenworp van de Duitse grens. In de tijd dat Groningen nog één groot moeras was gingen er wel degelijk belangrijke handelsroutes door het gebied. Toen in 1580, midden in de tachtigjarige oorlog, de stad Groningen de kant van Spanje koos gaf Willem van Oranje bevel om de bevoorrading vanuit Duitsland te verhinderen door een fort op de route te bouwen. Tussen 1593 en 1851 was Bourtange onze belangrijkste vesting in het noorden, en in 1594 werd Groningen op de Spanjaarden heroverd. Tegenwoordig wordt het vooral belegerd door toeristen. De verdedigingswallen in de vorm van een volmaakte vijfhoek zijn mooi gerestaureerd en het marktplein heeft leuke winkels, musea, restaurantjes, een kruithuis (waar je ook kunt trouwen), een historisch hotel met bedstee en veertien lindebomen die in de zwoele avondlucht ruisen. We nemen een Groninger kruidenborreltje voor we de camping opzoeken voor onze laatste overnachting.

Ruimte en rust
Als we de volgende dag vertrekken voor het stuk door de Sellinger Bossen om langs Stadskanaal weer naar ons startpunt bij Zuidlaren te fietsen regent het. Weg terrasjesweer, we zijn weer ruw in de Nederlandse werkelijkheid. Jammer dat we daarom niet zo van de Sellinger Bossen kunnen genieten zoals we van plan waren. Ook het stuk van Musselkanaal naar het Zuidlaardermeer leggen we in de nattigheid af. Dus houden we het in Stadskanaal maar bij een denkbeeldige groet aan de enthousiaste uitgever van deze krant. Pas bij de auto aan het einde van de dag kan de regenbroek uit en de fiets op het rek. De druipnatte paarden staren ons na vanuit hun riante weide. Voor hetzelfde geld waar je in de Randstad een schuurtje voor koopt heb je in Groningen een vrijstaand huis, inclusief een paar bunder grond eromheen. Ruimte en rust. Misschien wel iets te rustig voor de Groningse jeugd. Ons advies na drie dagen toeren door het Groningse land: niet te snel vertrekken, jongens. Weet wat voor moois je achterlaat.