Camperkrant
Camperkrant
Alles over campers!

FR - La Hague

7 juli 2011

La Hague, het neusje van Normandië - Door Albert Folkers - mei 2011
In het uiterste westen van Frankrijk steekt Normandië een parmantig neusje de wateren van Het Kanaal in. Volgens de Fransen is dit het einde van de wereld want zo heet de camping die we bezoeken, Le Grand Large.

Het Bureau voor Toerisme van het schiereiland La Hague is te vinden in het centrum van Beaumont-Hague en op www.lahague-tourisme.com. Het folderrek levert genoeg informatie voor minstens een week vakantieplezier. Er is een Capitoolreisgids van Normandië beschikbaar, maar wanneer u er geen bezwaar tegen heeft om alleen maar tekst te lezen, dan bevat de reisgids van Trotter de meeste informatie. De bewegwijzering ter plaatse is heel goed, dus is het niet moeilijk om de attracties van de streek te ontdekken.

Wij beginnen onze verkenning in een prachtig gerestaureerde herenboerderij uit de 17e eeuw, Le Manoir du Tourp (www.letourp.com). Dit gebouwencomplex biedt ruimte aan een hotel-restaurant en aan een vaste expositie over de streek, natuur en bevolking alsmede ruimte voor wisselexposities en een uitgebreide bibliotheek. In het natuurmuseum wordt La Hague vergeleken met Ierland, Noord-Spanje, Bretagne en de Engelse Moors, maar dan kleiner en overzichtelijker. Net als aan de overkant van Het Kanaal heb je hier ook vier seizoenen per uur, de wind wisselt af met zon en regen in een adembenemend tempo. Heerlijk weer om te wandelen!
Wij bezoeken La Cité de la Mer in het voormalige Trans-Atlantische station van Cherbourg te. Op de parkeerplaats, naast het enorme gebouw, is ruimte voor campers (www.citedelamer.com). In 2002 is dit museum, over de ontdekking van de diepzee, geopend met als doel het gebouw te bewaren waar onder meer ooit de Titanic vertrok en om de eerste kernonderzeeër van Frankrijk een waardige ruimte te geven. Uiteraard gaat de hele expositie over de ontdekking van de onderwaterwereld van Leonardo da Vinci tot en met Cousteau en alles daarna. Tot ons genoegen zien we hier ook de bathyscaaf, het eerste diepzeeonderzoekvaartuig. Een twaalf meter diep aquarium geeft een beeld van de onderwaterwereld.
Na de lunch met le Pommeau, een traditioneel Normandisch aperitief gemaakt van cider en Calvados, is het weer helemaal opgeklaard. We trekken de wandelschoenen aan om een stuk langs de GR 223 te wandelen, dat hier het Sentier des Douaniers is genoemd (www.wandelwebsite.nl/europa/cotentin.html).

La Hague is bij uitstek geschikt om te voet te ontdekken. Heel wat paden zijn hier tevens geschikt voor mountainbikes (VTT in het Frans). Wij lopen tot het Castel Vendon, een rotspartij die bekendheid kreeg door een schilderij van Jean-Francois Millet. Uiteraard bezoeken we ook het geboortehuis van deze 19e eeuwse schilder in Gréville-Hague. Deze schilder van het idyllische landleven was van grote invloed op het werk van Vincent van Gogh. Wandel na het museumbezoek nog wel even het dorpje door. Zelfs in deze tijd spreekt het romantische landleven van de schilder ons nog aan. Tegenover de kerk is overigens een goede camperplaats te vinden.

Niet ver van de haven van Omonville-la-Rogue is een camping te vinden, maar die sprak ons niet zo aan vanwege de vele stacaravans. We kijken wel even bij het haventje van Port Racine. Een goede parkeerplaats met veel ruimte en een romantisch verhaal over zeerovers maken van dit kleinste haventje van Frankrijk een juweeltje voor het fotoalbum.
Ormonville-la-Petite is ook weer zo’n klein leigedekt dorpje. De lei wordt hier schiste genoemd, het ziet er ook anders uit dan de leisteen die in ons land de monumenten siert. Op het kerkhofje vinden we de grafstenen van Jacques Prevert, zijn vrouw en dochter en huisvriend Alexandre Trauner. Voor filmliefhebbers bekende namen.

Ontspannen wandelen over het kustpad GR 223 is eigenlijk het belangrijkste waar we ons mee bezig houden. We lopen via de Baie d’Ecalgrain naar Nez de Jobourg. Een prachtig stuk kust met wilde rotsen en een dito zee. In de verte de contouren van Alderney en de vuurtoren van La Hague. Veel valt er niet te zeggen, maar genieten van de rustgevende geluiden van de zee des te meer. Of misschien toch wel, de rotsen hier behoren tot de oudste op aarde, ze zijn vijf tot zeven miljard jaar geleden ontstaan op een aarde die echt helemaal woest en ledig was.
Gelukkig zijn we voor de regen weer binnen. De rest van de dag brengen we door in het museum annex planetarium van Tonneville-Flottemanville. We ontdekken de hemel boven La Hague, ondanks de regenwolken!

De botanische tuin van Vauville laten we deze keer links liggen en de tachtig meter hoge duinen van Biville lokken ons maar even uit de auto. Ergens tussen de regenvlagen zien we de kaap van Flamanville in het zuiden en de Nez de Jobourg in het noorden. Het natuurgebied van de Mare de Vauville, bekend om de vele trekvogels, zien we vanwege de regen ook alleen maar vanachter onze voorruit.

Boven Vauville richting Herquemoulin ligt een wild heidegebied dat je eerder in Schotland zou verwachten. Op de kaart staat een hunebed aangegeven met de naam Pierres Pouquelées. Het is even zoeken naar dit megalithische monument, maar het is voor romantische zielen meer dan de moeite waard. Een verwaaide bergrug met eenzame stenen en de roep van een wulp, dan zien hun Drentse tegenhangers er maar keurig aangeharkt uit!
De tuin van Château de Flamanville in Engelse landschapsstijl is vervolgens ons doel. Het park staat bekend om z’n dahlia’s, maar als wij er zijn komen net de eerste sneeuwklokjes boven de grond. In de omgeving van de Sémaphore werd vroeger graniet gehouwen. Nu is er een restaurant en een Gîte d'Etape voor de kustwandelaars. Niet ver hier vandaan ligt de kerncentrale van Dielette, daar waar ooit een onderzeese ijzerertsmijn gevestigd was.
In het dorpshuis van Flamanville hebben oud-mijnwerkers een expositie ingericht over ‘hun’ mijn. We staan meer dan een uur te kletsen met Louis en Daniel over hun werk in vroeger tijden. Het ijzergehalte in de magnetiet die ze naar boven brachten was zo hoog dat deze de kompasnaalden van passerende schepen van slag brachten. Er is nog genoeg erts aanwezig maar de mijn was in 1962 niet meer rendabel. Een filmpje over het museum is te vinden op YouTube. In een wat verborgen restaurant niet ver van het haventje van Dielette is onze pitstop. Vraag de weg naar restaurant le Bouche à Oreille in Tréauville. Vanwege het weer houden we het verder maar bij culinaire ontdekkingen.